
Er zijn regels en die heeft de KNVB zelf niet gevolgd
In het debat rondom de proflicentie van Vitesse blijft één vraag nadrukkelijk terugkomen: wie handelt er eigenlijk in strijd met de regels? De KNVB presenteert zichzelf bij monde van directeur betaald voetbal Marianne van Leeuwen als neutrale handhaver: “Er zijn regels en die zijn gevolgd.” Maar de advocaat-generaal van de Hoge Raad schetst een heel ander beeld.
In een uitgebreid interview met De Telegraaf [1] laat KNVB-directeur betaald voetbal Marianne van Leeuwen er geen misverstand over bestaan hoe zij aankijkt tegen de kwestie-Vitesse. “Net zoals andere clubs moet Vitesse wel voldoen aan de toepasselijke regels en daar wordt op een onafhankelijke wijze op toegezien.” Ze benadrukt dat de KNVB 35 betaald voetbalorganisaties als lid heeft die allemaal gelijk worden behandeld, en dat het interne rechtssysteem van de bond onafhankelijk functioneert. Het is de toon die van een organisatie die meent integer en consequent te hebben gehandeld.
Van Leeuwen reageert ook op het gevoel bij supporters van Vitesse dat de KNVB een heksenjacht op de club had ontketend. “Dat zijn gewoon interpretaties en ik weet hoe supporters in elkaar zitten. Maar het klopt natuurlijk niet.” Daarmee doet ze de zorgen van de achterban af als emotioneel en ongegrond. Maar het advies van de advocaat-generaal laat zien dat die supporters intuïtief iets aanvoelden wat juridisch hard te maken blijkt: Vitesse werd op meerdere punten zwaarder aangepakt dan het reglement toestond, waarbij al eerder bestrafte en deels kleine overtredingen opnieuw werden opgevoerd als dragende gronden voor de zwaarste sanctie die het licentiesysteem kent. Dat zijn geen interpretaties, dat zijn juridische vaststellingen.

In zijn conclusie aan de Hoge Raad analyseert advocaat-generaal Assink uitvoerig de besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie.[2] Zijn oordeel is vernietigend: de KNVB heeft haar eigen Licentiereglement op meerdere cruciale punten geschonden. Het is een bevinding die des te pijnlijker is omdat het licentiesysteem staat of valt met de geloofwaardigheid van de handhaver. Hieronder worden de vier schendingen één voor één uitgelicht, met de letterlijke bewoordingen van de advocaat-generaal.
Oordeel 1
De zwaarste sanctie was niet de enige optie
De Licentiecommissie en de Beroepscommissie legden Vitesse de meest ingrijpende sanctie op die het Licentiereglement kent: onvoorwaardelijke intrekking van de proflicentie. Maar artikel 14 lid 2 van datzelfde reglement laat ook ruimte voor een voorwaardelijke intrekking. De advocaat-generaal stelde vast dat de KNVB die keuzemogelijkheid volledig buiten beschouwing liet. Daarbij is van belang dat hij ook vaststelde dat een groot deel van de overtredingen die aan de intrekking ten grondslag lagen al eerder waren gesanctioneerd, met zware gevolgen voor Vitesse. Ze werden desondanks opnieuw opgevoerd als rechtvaardiging voor de zwaarste maatregel. Kleine en al afgedane kwesties werden zo opgestapeld tot een beeld van een club die structureel en onomkeerbaar in de fout gaat, terwijl de feiten dat beeld niet rechtvaardigden.
“Onder die omstandigheden was volgens het Licentiereglement (artikel 14 lid 2) en de Leidraad Sanctionering Licentiecommissie Betaald Voetbal 2024-2025 Eerste Divisie (…) onvoorwaardelijke intrekking van de licentie niet de enige sanctie die resteerde, en had intrekking van de licentie voorwaardelijk opgelegd kunnen worden.” (rov. 4.79)
Oordeel 2
De Licentiecommissie negeerde de opschortende werking van het beroep
Toen Vitesse in april 2025 beroep aantekende tegen twee sanctiebesluiten, had de Licentiecommissie de uitkomst van dat beroep moeten afwachten voordat zij een nieuw, zwaarder besluit nam. Artikel 13 lid 5 van het Licentiereglement schrijft immers voor dat door het instellen van beroep de uitvoering van een besluit wordt opgeschort. De Licentiecommissie trok zich daar niets van aan en nam op 23 mei 2025 alvast een voorgenomen intrekkingsbesluit, terwijl diezelfde kwestie nog bij de Beroepscommissie lag. De advocaat-generaal stelde vast dat Vitesse hierdoor direct werd benadeeld: zij kreeg niet de kans om, na de uitkomst van dat beroep, alsnog aan haar verplichtingen te voldoen voordat de zwaarste sanctie in gang werd gezet.
“De Licentiecommissie had in dit geval op grond van artikel 13 lid 5 van het Licentiereglement de uitkomst van het beroep tegen de aprilbesluiten moeten afwachten, alvorens een voorgenomen intrekkingsbesluit te nemen dat mede op het onderwerp van de aprilbesluiten was gebaseerd.” (rov. 4.90)
Oordeel 3
Actuele ontwikkelingen bij Vitesse werden genegeerd
Het Licentiereglement bepaalt expliciet dat de Beroepscommissie een intrekkingsbesluit beoordeelt naar de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het beroep, dus met oog voor de meest recente feiten. Toen Vitesse in juli 2025 met positieve ontwikkelingen kwam (de overname door Sterkhouders B.V. en een concreet Herinrichtingsplan) werden die door de Beroepscommissie stiefmoederlijk behandeld en feitelijk buiten beschouwing gelaten. De advocaat-generaal stelt vast dat de Beroepscommissie deze ontwikkelingen hooguit “wegschreef” als een nagekomen punt dat de reeds getrokken conclusie onverlet liet, in plaats van ze daadwerkelijk te integreren in de beoordeling. Dat is des te opmerkelijker omdat de advocaat-generaal de Beroepscommissie uitdrukkelijk erkent als het onafhankelijke rechtsprekende orgaan van de KNVB in licentiezaken. Juist vanwege die rol had zij de meest recente feiten vol en serieus moeten meewegen. En niet mogen wegschrijven alsof de uitkomst al vaststond.
“De beoordeling door de Beroepscommissie moet volgens het Licentiereglement (artikel 13 leden 7 onder c. en 11 onder c.) geschieden naar de stand van zaken ten tijde van behandeling van het beroep.” (rov. 4.78)
Oordeel 4
Hoor en wederhoor werd geschonden
De Beroepscommissie koos voor een spoedprocedure die volgens de advocaat-generaal niet dwingend noodzakelijk was. Daarbij werd het verweer van de Licentiecommissie pas op de ochtend van de zitting aan Vitesse verstrekt. Te laat om zich adequaat op dit verweer van de Licentiecommissie voor te bereiden. Bovendien werd een e-mail van Vitesse van 27 juli 2025, gestuurd naar aanleiding van vragen tijdens de zitting van de Beroepscommissie, volledig buiten beschouwing gelaten. De haast waarmee de procedure werd doorlopen diende kennelijk vooral het belang van de KNVB bij een snelle uitkomst, niet het belang van een zorgvuldige en eerlijke procedure.
Wat dit oordeel extra zwaar maakt, is de redenering die de advocaat-generaal hieraan koppelt. Hij erkent uitdrukkelijk dat de Beroepscommissie het onafhankelijke rechtsprekende orgaan van de KNVB is. En hij gebruikt dat gegeven niet als verzachtende omstandigheid, maar juist als verzwarende omstandigheid. Precies omdat de Beroepscommissie als onafhankelijke rechter optreedt, gelden voor haar verhoogde eisen op het gebied van een behoorlijke procesorde. Zij had het beginsel van hoor en wederhoor strikt moeten bewaken. Zij deed het tegendeel. Daarmee faalde niet alleen de procedure, maar ook het orgaan dat bij uitstek de rechtsbescherming binnen de KNVB moet waarborgen.
“Hoewel de Beroepscommissie geen rechterlijke instantie is zoals een overheidsrechter, is zij wel het rechtsprekend orgaan van de KNVB in kwesties over de licenties en opereert zij daarin onafhankelijk. Daar past — daar gaat de Beroepscommissie zelf ook vanuit — de verplichting bij dat het fundamenteel rechtsbeginsel van hoor en wederhoor juist wordt toegepast als onderdeel van de eisen van de behoorlijke procesorde, gelijk voor een civiele procedure is geregeld in de artikelen 19 Rv en artikel 6 EVRM.
De Beroepscommissie is echter vanwege een aangenomen hoge spoed die niet dwingend blijkt te zijn afgeweken van de gebruikelijke procedure zonder dit met voldoende waarborgen te omkleden, zodat Vitesse in elk geval in de gelegenheid zou worden gesteld om zich tot het laatste moment volledig en afdoende tegen de besluiten te verweren. Hierdoor konden de laatste relevante feiten en omstandigheden over de stand van zaken onvoldoende in aanmerking worden genomen, wat de zorgvuldigheid van de besluitvorming heeft aangetast.” (rov. 4.106)
Conclusie
De vier besproken oordelen van de advocaat-generaal vormen samen een patroon dat moeilijk te negeren valt. Het gaat niet om één procedurefout of een grensgevalletje van interpretatie. Het gaat om vier afzonderlijke schendingen van het eigen Licentiereglement, op vier verschillende momenten in de procedure, door twee verschillende organen van de KNVB. De Licentiecommissie handelde in strijd met de opschortende werking van een lopend beroep. De Beroepscommissie negeerde actuele, positieve ontwikkelingen die het reglement juist verplicht mee te wegen. Beide organen grepen naar de zwaarste sanctie terwijl het reglement mildere alternatieven bood. En de procedure waarbij Vitesse zich moest verdedigen, voldeed niet aan de elementaire eisen van hoor en wederhoor.
Dat alles staat in schril contrast met de woorden van Van Leeuwen: “Er zijn regels en die zijn gevolgd.” Die zin klinkt nu als een echo uit een parallel universum. Wat de supporters van Vitesse aanvoelen als een heksenjacht, doet Van Leeuwen af als “interpretaties”. Maar de advocaat-generaal geeft die intuïtie juridische grond. De werkgroep onder leiding van voormalig minister Ferdinand Grapperhaus, die het licentiesysteem evalueert, heeft dan ook materiaal genoeg om mee aan de slag te gaan. Voor de KNVB is het een signaal dat er meer op het spel staat dan alleen deze zaak. Het roept een bredere vraag op over de geloofwaardigheid van het licentiesysteem. Een systeem dat clubs aan strenge eisen houdt, maar zichzelf niet aan de eigen procedureregels bindt, ondergraaft zijn eigen gezag.
[1] https://www.telegraaf.nl/sport/voetbal/directeur-betaald-voetbal-marianne-van-leeuwen-als-je-onze-prognose-ziet-dan-verdienen-we-pas-echt-geld-als-nederlands-elftal-wereldkampioen-wordt/154599337.html en https://www.telegraaf.nl/sport/voetbal/directeur-betaald-voetbal-marianne-van-leeuwen-vitesse-wel-voldoen-aan-de-toepasselijke-regels/155682709.html
[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2026:448
